Thibault Castel (39) en Emily Valcke (40) kochten in 2013 hun eerste huis: een bouwvallige conciërgewoning in Rollegem. Ze geven toe: “We wisten eigenlijk niet waar we aan begonnen.” Maar 13 jaar en veel verbouwingen later wonen ze wel in hun droomhuis.
Karakter
Thibault en Emily maakten na hun studies een lange reis door Zuid-Amerika. Terug in België wilden ze graag een nestje bouwen, maar veel budget was er niet over. Thibault: “In de Schepenhuisstraat in Rollegem stond een karaktervol huis te koop. Het was ooit de conciërgewoning van een aanpalende brouwerij. De prijs was al een aantal keer gezakt, niet verwonderlijk als je zag in welke staat het huis was. Maar wij waren niet bang van een stevige verbouwing en waagden de stap.”
Handen uit de mouwen
Emily volgde een opleiding interieurarchitect en Thibault had een achtergrond in klimatisatie. Emily: “Omdat we wel wat kennis hadden van de bouwsector, hadden we het idee om veel zelf te doen. We namen de afbraak in handen en hielpen mee met metsers, schrijnwerkers en elektriciens. Maar je kan natuurlijk niet alles zelf doen. Om plannen in te dienen en vergunningen aan te vragen, werk je best samen met architecten en aannemers.”
Van boven naar beneden
Thibault: “We begonnen de verbouwingen op zolder. Er kwam een volledig nieuw dak met isolatie. Van zodra dat klaar was, richtten we er een studiootje in met een keukentje en een slaapkamer. Daar woonden we 2 jaar vooraleer we de andere verdiepingen aanpakten. Er was veel werk: kamers herindelen, vloeren afgraven, de uitbouw uitbreiden … Een totaalrenovatie dus. Dat gaf ons de kans om meteen ook de nodige ingrepen te doen met het oog op energiebesparing.”
Energetisch renoveren
Emily: “De gevel is een van de redenen waarom we verliefd werden op dit huis. Langs buiten isoleren was geen optie. Dat gebeurde dus vanbinnen, inclusief ventilatiesysteem om vochtproblemen te voorkomen. We boetten daardoor wat in aan vloeroppervlakte, maar door de hoge plafonds blijft het ruim aanvoelen. Ook de houten gewelven tussen de verdiepingen zijn tijdens het vernieuwen geïsoleerd. Andere investeringen waren nieuwe ramen, zonnepanelen en een regenput van 15.000 liter.”
Geothermische boringen
De grootste kost was evenwel de verwarmingsinstallatie. Thibault: “We kozen voor een geothermische warmtepomp en vloerverwarming. Geothermie maakt gebruik van warmte diep uit de bodem. Omdat we maar een kleine tuin hebben en er heel wat beperkende regels zijn, konden wij slechts twee boringen van 48 meter laten uitvoeren. Daardoor moesten we noodgedwongen kiezen voor een hybride warmtepomp. Dat betekent dat we soms nog aardgas nodig hebben en helaas dus niet 100% fossielvrij kunnen verwarmen.”
Lange termijn
Voor Emily en Thibault was het logisch om te investeren in al die energiebesparende maatregelen. “Op korte termijn lijkt het misschien niet de meest logische beslissing. Een geothermisch warmtesysteem van € 20.000 verdien je niet in 10 jaar terug. Maar je moet daar doorheen durven kijken. Op lange termijn haal je er wel financieel voordeel uit. Zeker in deze woelige tijden met onstabiele energieprijzen. Daarnaast deden wij deze investeringen uit ecologische overtuigingen.”
Renovatiebegeleiding
Ben je van plan om te verbouwen? De renovatiebegeleiders van Stad Kortrijk staan klaar om je te begeleiden bij elke stap: van premies en vergunningen tot offertes en budgetplanning. Toen Thibault en Emily aan hun renovatie begonnen, kenden ze de renovatiebegeleiding nog niet. “Wij zochten de meeste informatie zelf op. In totaal genoten we toch zeker van € 17.500 aan premies. De regels veranderen de laatste jaren wel snel. Daarom lijkt het ons voor toekomstige verbouwers zeker interessant om advies in te winnen bij de renovatiebegeleiders van de stad.”
Nooit klaar
Zelf hebben Thibault en Emily de meeste plannen binnenshuis uitgevoerd. “Een half jaar geleden hebben we onze inkomhal afgewerkt. Buiten is er wel nog wat werk aan de winkel. We zouden graag bomen laten aanplanten. De schaduw heeft een verkoelend effect in de zomer. We willen ook meer beplanting om water vast te houden en bestuivers aan te trekken. En als dat klaar is, vinden we wel weer iets anders.”