Geveltuin

Maak de stad mooier en groener

Met een geveltuin breng je een stukje natuur in de stad. Het fleurt niet alleen je huis, maar de hele straat op. Daarbij is een geveltuintje ook goed voor je gezondheid. Planten maken namelijk zuurstof aan en filteren fijn stof. Uit studies blijkt dat een mooi uitgegroeide klimplant aan je gevel evenveel fijn stof kan opvangen als een gemiddelde laanboom. 

Lees meer over de studies

Wat moet ik doen?

Omdat meer groen in de stad zo belangrijk is, willen we je het zo makkelijk mogelijk maken. Je hoeft enkel melding te maken van het feit dat je een geveltuintje hebt aangelegd of dat wil doen.

De stad wil echt werk maken van groenere gevels. Daarom willen we je graag ondersteunen bij het aankopen van je planten en materialen. Je hebt bij de melding meteen ook de keuze om een forfaitaire subsidie van €25 aan te vragen. Bij de aanvraag voeg je een foto van je nieuwe geveltuin en van de factuur van je plantgoed (en eventuele bevestigingsmateriaal) toe.

Meld je geveltuintje en vraag eventueel je premie aan

Download het reglement geveltuinen (pdf) 

Download het subsidiereglement voor geveltuinen/vergroen en bebloem (pdf)

Voor info en advies over klimplanten contacteer je Groene Gevels vzw.

 Ga naar de website van Groene Gevels vzw

Aan de slag

Als je een plant kiest, hou je best rekening met een aantal zaken:

  • Kijk of je gevel aan de noord- of zuidkant van je huis gelegen is en kies zo een plant die veel of weinig schaduw nodig heeft.
  • Kijk of je plant geen klimhulp nodig heeft, dat kan door bevestigingsmateriaal, zoals bijvoorbeeld een stalen kabeltje, te installeren.
  • Hoeveel ruimte heb je aan je gevel? Tenzij je samen met je buren een geveltuin wil aanleggen, plant je die best niet te dicht bij hun gevel. Klimplanten hebben bijvoorbeeld voldoende plaats nodig.
  • Zet geen giftige of stekelige planten.

Stappenplan voor het aanleggen van je geveltuin:

  • Tegel uitbreken: neem de tegels of het ander materiaal van het trottoir weg en graaf de funderingsresten mooi uit tot 30 cm diep. De tegel of ander materiaal kan gebruikt worden als afboording. De plantzone vul je met teelaarde.
  • Plant planten: de plant steekt je vooraf een half uurtje in een emmer water. Zorg dat de wortelkluit los zit. De plant plaats je best centraal in het tuintje en de overblijvende ruimte kun je vullen met kleine bodembedekkers. Als het een klimplant is, bind je deze aan de klimhulp en geeft ze de eerste dagen genoeg water.
  • Klimhulp: de klimhulp, vaak ijzeren kabeltjes, bevestig je best met vijzen en pluggen in de muur. Zorg dat deze goed bevestigd is, want een plant brengt niet enkel voor de natuur gewicht in de schaal. Laat ongeveer 5 cm tussen de klimhulp en de muur.

Welke planten zijn het meest geschikt?

Sommige planten hebben meer licht nodig, andere minder. De ene plant veel ruimte, de andere dan weer niet. Sommige planten blijven het hele jaar groen, terwijl er planten zijn die ook hun ‘winterslaap’ houden.

  • Heb je veel ruimte?

Dan is een klimplant een goeie keuze. Een mooi effect heb je met klimop (Hedera), wilde bosrank (Clematis), kamperfoelie (Lonicera), wingerd (Parthenocissus) en klimhortensia (Hydrangeapetiolaris).

  • Hou je het liever laag?

Gebruik dan bij voorkeur wintervaste planten. Vooral wintergroene planten geven het hele jaar door een mooie aanblik. Voorbeelden hiervan zijn lavendel (Lavandula), ganzerik (Potentilla), hertshooi (Hypericum), vetkruid (Sedum), maagdenpalm (Vinca) en heide (Erica).