Monseigneur De Haerne

Dit monument toont Désiré De Haerne, gebeeldhouwd in witte steen. Aan de voet van het beeld staan twee allegorische figuren: links een oud-strijder uit 1830 die de vlag verdedigt, en rechts een religieuze figuur die onderricht geeft aan een kind. Samen verbeelden zij twee pijlers uit De Haerne’s levenswerk: strijd voor vrijheid en inzet voor onderwijs.

Désiré De Haerne (°1804, Ieper – 1890, Brussel) stond als priester een tijd aan het hoofd van het Stedelijk College van Kortrijk en keerde later terug als eerste leraar retorica in het Sint-Amandscollege. Tijdens het Hollands bewind verzette hij zich met kracht tegen de onderdrukking van pers-, taal-, onderwijs- en godsdienstvrijheid. Hij zette petitiecampagnes op en publiceerde in tal van tijdschriften. In 1830 speelde hij als volksvertegenwoordiger een belangrijke rol in het opstellen van de Belgische grondwet en het bepalen van de staatsvorm. Oorspronkelijk voorstander van een republiek, schaarde hij zich volledig achter de monarchie zodra deze gevestigd was.

Daarnaast zette De Haerne zich op een bijzonder vooruitstrevende manier in voor dove en blinde kinderen. Hij ontwikkelde een eigen vorm van gebarentaal en stichtte speciale scholen, zelfs buiten Europa, onder meer in Engeland en Mumbai (India). In het parlement bleef hij ijveren voor de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. In 1870 benoemde paus Pius IX hem tot zijn kamerheer, wat hem de titel monseigneur opleverde. Na zijn overlijden in Sint-Joost-ten-Node in Brussel werd zijn lichaam overgebracht naar het Sint-Janskerkhof in Kortrijk.

De oprichting van het monument was een initiatief van een comité onder voorzitterschap van Guido Gezelle. De onthulling in 1895 gebeurde in aanwezigheid van talrijke prominenten uit binnen- en buitenland. Oorspronkelijk stond het beeld op de Grote Markt, tegenover De Patria. Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep het zware schade op door een explosie. De beeldengroep – ontworpen door Martin Van Langendonck naar een proef van Paul De Vigne – werd vervangen door een kopie van Petrus Braecke, leerling van De Vigne. Ook het voetstuk werd vernieuwd door steenkapperij Arthur Theophile Viaene-Lagae. In 1929 verhuisde het monument naar het Casinoplein, en in 1951 kreeg het zijn definitieve plek aan het begin van de Monseigneur De Haernelaan.
 

De kunstenaar: Paul De Vigne

Paul De Vigne (°1843, Gent – 1901, Brussel) geldt als een van de belangrijkste 19de-eeuwse Belgische beeldhouwers. Hij verbleef een tijd in Parijs, was bevriend met Rodin en was lid van de kunstenaarsgroep Les XX. Naast talrijke portretten en monumenten in het Brusselse, verwierf hij in Vlaanderen bekendheid met zijn monument voor Jan Breydel en Pieter De Coninck in Brugge. Veel van zijn werk wordt vandaag bewaard in musea in Brussel.
 

  LEUK OM TE WETEN

  Stad Kortrijk stelt voor elk werk in de publieke ruimte Peters en Meters aan. Ze zijn culturele ambassadeurs van het kunstwerk en zorgen dat het werk en de locatie levendig blijven door het organiseren van activiteiten en melden eventuele schade of onderhoudsbehoeften aan de stad.

  Het beeldhouwwerk van De Vigne heeft twee peterorganisaties met een inhoudelijke link naar het werk nl. De Kortrijkse Dovenclub De Haerne vzw (Heule) en de internationale organisatie De Dovenschool St. John uit Boston (Verenigd Koninkrijk).

  De Kortrijkse Dovenclub De Haerne vzw is een club waar doven en slechthorenden op een ongedwongen manier in contact kunnen komen met elkaar. Ze zetten zich net als De Haerne op een bijzondere manier in voor dove en blinde doelgroepen.

Foto van de beeldengroep Monseigneur De Haerne