Op een bakstenen sokkel staat het witstenen beeld van Johanna van Constantinopel, (ca. °1200 – †1244) gravin van Vlaanderen en Henegouwen en stichteres van het Begijnhof van Kortrijk.
Johanna was de oudste dochter van Boudewijn IX van Vlaanderen, die in 1202 tijdens een kruistocht verdween en nooit meer is teruggekeerd. Haar moeder, Maria van Champagne, overleed in 1204. Johanna en haar jongere zus Margaretha bleven als minderjarige wezen achter. Boudewijns broer Filips I van Namen werd regent over Vlaanderen en Henegouwen en voogd van de minderjarige kinderen tot zijn dood in 1212.
In 1212 trad Johanna in het huwelijk met Ferrand van Portugal (Ferdinand), en versterkte daarmee haar politieke positie. Na de slag bij Bouvines in 1214 werd Ferrand door de Fransen gevangengenomen, en pas twaalf jaar later vrijgelaten. Johanna bestuurde het graafschap gedurende die hele periode zelfstandig. Na de dood van Ferrand in 1233 hertrouwde Johanna met Thomas van Savoye. Ze overleed in 1244 in de abdij van Marquette bij Rijsel waar ze ook begraven ligt.
Het beeld in Kortrijk verwijst expliciet naar haar rol als stichteres van het Begijnhof van Kortrijk. In de 13de eeuw was er een grote opkomst van Begijnhoven waar religieuze vrouwen samenleefden in gemeenschappen zonder het afleggen van kloostergeloften. Johanna steunde het kloosterleven en onder haar impuls ontstonden vele kloosters en abdijen. In 1242 kocht ze een huis aan en schonk het aan de begijnen in Kortrijk.
Ook al ontbreekt er een officiële stichtingsakte toch koos men 1241 als symbolisch stichtingsjaar van het Begijnhof. Hierdoor kon Kortrijk in 1891 de 650ste verjaardag vieren — en precies naar aanleiding daarvan werd dit standbeeld opgericht. Opdrachtgever voor het kunstwerk was Clementia Hiers (°1819, Kortrijk – †1899, Kortrijk), toenmalig grootjuffrouw van het Begijnhof.
Het beeld verwijst naar Johanna’s rol in de begijnenwereld: in haar hand houdt ze een perkament, symbool voor de geschonken akte, en aan haar voeten staat een klein model van de begijnhofkapel.
De kunstenaar: Valère Dupont
De Kortrijkse beeldhouwer Valère Dupont (°1851, Kortrijk – †1935, Kortrijk) vervaardigde het monument. Hij volgde opleidingen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Kortrijk en Antwerpen. Hij was leerling van de beeldhouwer Constant Devreese, een belangrijke Belgische beeldhouwer uit die periode. Dupont was vooral bekend om zijn heiligenbeelden in hout en steen en leverde ook ander religieus en decoratief beeldhouwwerk voor woonhuizen en overheidsgebouwen.
LEUK OM TE WETEN
Johanna was vermoedelijk slechts 12 jaar oud toen ze in het huwelijk trad. Volgens het middeleeuws recht was de minimum leeftijd voor een geldig huwelijk 12 jaar voor meisjes en 14 jaar voor jongens.
Het Kortrijks begijnhof werd in 1998 erkend als onderdeel van het UNESCO werelderfgoed ‘Vlaamse begijnhoven’.
Johanna Van Constantinopel ligt onder meer ook aan de basis van het Oud Begijnhof Sint-Elisabeth in Gent. Zij schonk een stuk land waarop het Begijnhof gebouwd kon worden.
Valère Dupont restaureerde ook de grote zaal en het groothuis (huis van grootjuffrouw Clementia Hiers) van het Begijnhof. Rond 1900 diende hij ook een voorontwerp in voor twee andere beeldhouwwerken in Kortrijk: het Groeningemonument en het Jozef Van Dale-monument. Die werden uiteindelijk gegund aan respectievelijk Godfried Devreese (zoon van Constant Devreese) en Georges Vandevoorde (leerling van Constant Devreese).