Dit bronzen beeld (2001) toont begijntje Juffrouw Marcella, met haar habijt aan en bijbel in de hand. Het beeld staat symbool voor alle begijnen die hier eeuwenlang leefden en het begijnhof kleur gaven. Kunstenares Renée Gerard portretteerde Marcella en maakte een gipsen beeldje dat later als model diende voor een bronzen versie.
Begijnen waren vrouwen die bewust kozen voor een leven in eenvoud, gebed en dienstbaarheid, maar zonder de strikte regels van een kloosterorde. Ze maakten deel uit van een vrije lekengemeenschap binnen de Rooms-Katholieke Kerk. In tegenstelling tot kloosterzusters legden begijnen geen eeuwige geloften af, ze beloofden kuisheid, maar behielden hun eigen bezit en konden in bepaalde omstandigheden het begijnhof verlaten. De beweging ontstond in de middeleeuwen en verspreidde zich in heel Europa, al werd ze niet overal even goed aanvaard. Tegen het einde van de 18de eeuw bleven vooral in de Nederlanden nog actieve begijnhoven over. In 1998 werden dertien Vlaamse begijnhoven door UNESCO erkend als werelderfgoed, waaronder dit in Kortrijk.
In 2008 was er wereldwijd nog maar één traditionele begijn over: Marcella Pattyn (°1920, Thysville, Belgisch-Congo – †2013, Kortrijk). Met haar overlijden kwam er een einde aan een 800 jaar oude traditie. Zuster Marcella woonde tot 2005 in haar huisje in het begijnhof.
De kunstenaar: Renée Gerard
Renée Gerard (°1940, Kortrijk) volgde haar opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Kortrijk en aan de Academies van Zwevegem en Harelbeke. Haar werk is sterk geworteld in de lokale geschiedenis en gemeenschap.
LEUK OM TE WETEN
De eerste Begijnen waren echte pioniers. Ze woonden zelfstandig, verdienden hun eigen geld en bepaalden zelf hun regels – zonder man, zelfs zonder bisschop, die baas over hen was. In een periode waarin vrouwen weinig keuzes hadden, bouwden zij een alternatief uit dat zowel ondernemend als vooruitstrevend was. Geen wonder dat ze vandaag soms de “eerste feministen” worden genoemd.
Marcella werd in 1920 in Congo geboren en droomde ervan missiezuster te worden, maar door haar slechtziendheid – later blindheid – werd ze nergens toegelaten. Toch vond ze haar plek: op haar 21ste trad ze binnen in het begijnhof van Sint-Amandsberg. Later verhuisde ze naar Kortrijk, waar ze o.a. meewerkte aan het opstarten van een ziekenafdeling.
Doordat Marcella bijna volledig blind was kon ze haar evenbeeld, het bronzen beeld, niet zien en enkel betasten en voelen.
Het kunstwerk werd gerealiseerd in opdracht van het OCMW Kortrijk en met de financiële steun van: NV Woudenberg, Paul Huyzentruyt NV, Immo Kortrijk, Arch. Pauwels, NV Electrabel, NV Groep Huyzentruyt, Studiebureau Fraeye, Fortis NV, NV Bostoen, Vrienden van het Begijnhof, Arch. Stoop & D’Herde, Studiebureau Viaene, Monument Vandekerckhove, Zusters Augustinessen, Arch. Viérin, Zusters van Liefde.