Op het Groeningeveld, vond in 1302 de beroemde Slag der Guldensporen plaats. Vlaamse ambachtslieden en milities versloegen er het zwaarbewapende ridderleger van de Franse koning — een nederlaag die tot ver buiten de grenzen werd besproken en nog steeds een groot deel uitmaakt van de identiteit van Kortrijk. Zeshonderd jaar later, in 1902, wilde men deze overwinning op een blijvende manier herdenken. Het resultaat daarvan werd vier jaar later onthuld: het Groeningemonument, met in het midden de indrukwekkende Maagd van Vlaanderen.
Het vergulde bronzen beeld toont een jonge vrouw — de personificatie van Vlaanderen — fier en strijdvaardig. In haar linkerhand houdt ze een zeis, waarvan men toen dacht dat het een goedendag was, het bekende wapen van de Vlaamse strijders. Met haar rechterhand houdt ze de Vlaamse leeuw vast bij zijn manen: een brullende, geboeide leeuw, die net zijn ketens heeft verbroken en in de richting van Frankrijk brult. De jonge vrouw verwijst naar een Mariabeeld uit de 13de eeuw dat nog steeds te bezichtigen is in de Sint-Michielskerk te Kortrijk.
Het beeld staat op een hardstenen sokkel met drie beeldengroepen in reliëf:
- Een Vlaamse krijger die afscheid neemt van zijn vrouw en kind: Boven deze beeldengroep zien we de Onze-Lieve-Vrouw van Groeninge. Op het hachelijkste moment van de guldensporenslag, toen de strijd voor de Vlamingen helemaal verloren leek, zou – volgens de legende – Gwijde van Namen (tweede zoon van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen) zijn ogen gericht hebben naar de abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Groeninge en met luide stem geroepen hebben “Hemelse Koninginne, hulpe mi ute deser noot”. Uiteindelijk schonk Onze-Lieve-Vrouw van Groeninge de zege aan het Vlaamse leger.
- De dood van de Franse bevelhebber Robert d’Artois, verpletterd onder zijn paard: Robert d'Artois (Robrecht van Artesië), de aanvoerder van het Franse leger, ligt naast zijn paard Morel. Toen de strijd voor de Fransen verloren leek, viel hij -volgens de legende- zelf aan en reed recht naar de leeuwenvlag en scheurde deze in stukken. Willem van Saeftinge, een lekenbroeder uit 'Ter Doest' haalde met een forse slag uit naar Morel, het paard van Robrecht, en velt het. Hierna wordt Robrecht zelf meedogenloos afgeslacht. We zien ook nog het wapenschild van Vlaanderen en dat van Kortrijk.
- De thuiskomst van de overwinnaars, de Vlamingen komen weer thuis. Een magistraat die de hand van een overwinnaar drukt en een lauriertak boven zijn hoofd houdt. Een soldaat verkondigt de overwinning door te blazen op een bazuin, een voorloper van de trompet.
Op de achterkant van het kunstwerk prijkt de tekst: “Het Vaderland dankt dit gedenkteken aan Edward Degryse (pastoor-deken) en August Reynaert (burgemeester), eerevoorzitters, Joris Vandale; voorzitter: Victor Moulard (stadsarchitect), Hector Steyt en Jozef Verriest; ondervoorzitters: Theodoor Sevens secretaris, Leopold Berlemont schatbewaarder MDCCCCII (1902). Dit waren de leden van het Groeningecomité, speciaal opgericht voor de realisatie van dit monument.
De kunstenaar: Godefroid Devreese
Het ontwerp is van Godefroid (of Godfried) Devreese (°1861, Kortrijk - †1941, Elsene), een beeldhouwer uit Kortrijk, die zijn opleiding volgde bij zijn vader en later aan de academies van Kortrijk en Brussel studeerde. Zijn werk is krachtig, expressief en romantisch-realistisch. Devreese ontwierp niet alleen het beeld zelf, maar ook het hele monument en sokkel.
Voor deze opdracht werd in 1902 een kunstwedstrijd uitgeschreven. Tien kunstenaars dienden hun ontwerpen in. Twee beelden haalden de finaleronde:
- Flandria Nostra van Jules Lagae, met een Maagd van Vlaanderen te paard, dat nu te vinden is op het Muntplein in Brugge.
- Het ontwerp Gulden Spore van Godfried Devreese, dat uiteindelijk gekozen werd.
Devreeses werk werd als krachtiger, moderner en expressiever gezien dan het klassieke beeld van Lagae. Uiteindelijk werd het beeld in 1906 ingehuldigd, gegoten in de gerenommeerde Fonderie Nationale des Bronzes in Sint-Gillis.
LEUK OM TE WETEN
Het kunstwerk – begroot op 136000 frank – werd onder meer betaald met giften van de staat, de provincie en de stad Kortrijk. Ook andere provincies en steden zoals Brugge en Antwerpen deden mooie giften. Verenigingen zoals het Davidsfonds en studentenverenigingen deden ook hun bijdrage. Opvallend is dat er ook een gift van 50 frank was door het bekende Amerikaanse circus Barnum and Bailey.
Ten voordele van de geldinzameling voor de oprichting van het Groeningemonument liet Guido Gezelle in 1894 de plaquette Vertijloosheid drukken met zestien (overwegend natuur-)gedichten die later in zijn bundel Rijmsnoer werden opgenomen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het monument geraakt door een bombardement (op 16 juni 1918). Sporen van die aanval zijn nog altijd zichtbaar aan de knie en dij van het beeld van het gevallen paard van Robert d’Artois.
Een interessant detail in dit verhaal is de mogelijke inspiratiebron voor het aanzicht van de Maagd van Vlaanderen. Godfried Devreese had in 1899 al het beeld "Thaïs" gemaakt — een sensueel en mysterieus vrouwenbeeld. Kunsthistorici hebben opgemerkt dat de Maagd van Vlaanderen opvallend veel lijkt op Thaïs in houding, gelaatstrekken en kapsel. Het model voor Thaïs was hoogstwaarschijnlijk Georgette Leblanc, een bekende Franse operazangeres en actrice, en de muze van Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck. De theorie gaat dat Devreese Leblanc mogelijk opnieuw gebruikte als inspiratie voor de Maagd in Kortrijk.
Het Groeningemonument werd in 1993 gerestaureerd en op 8 juli 1998 officieel als beschermd monument erkend.
TIP: Kunst Publieke Ruimte: een absurde geschiedenis
Het Groeningemonument neemt ook deel aan Kunst Publieke Ruimte: een absurde geschiedenis, dat onderdeel is van het Memento Woordfestival 2026.
Bart Vanhee, Jordy Spyt, Helena Maes en Myriem El-Kaddouri uit het stadsdichterscollectief Letterzetter schreven grotendeels fictieve, absurde ontstaansgeschiedenissen over acht kunstwerken. Ze deden dit samen met gevestigde auteurs Mattijs Deraedt, Maarten Inghels, Marieke De Maré en Evelien Vantomme, leerling Woord aan het Conservatorium Kortrijk.
Je kan de verhalen op eigen tempo lezen en beluisteren via IZI.travel of kom ze live ontdekken langs de woordroute op 29 maart.
Dit project komt tot stand met medewerking van Kunst Publieke Ruimte, Stad Kortrijk, Musea Kortrijk en openbare bibliotheek Kortrijk.